Steniging van de heilige Stephanus (Steven)

steniging van de h stephanus

Sint-Steven, patroon van Nijmegen, was de eerste christelijke martelaar. Op beschuldiging van godslastering werd hij door joodse fanaten buiten de muren van Jeruzalem gesleept en gestenigd. Deze executie werd gadegeslagen door Saulus (op de afbeelding met zwaard), een Romeins staatsburger van joodse afkomst die niet veel later zelf tot het christendom bekeerd werd en zich onder de naam Paulus ontpopte als een van de meest gedreven verbreiders van het christelijk geloof.

In de Middeleeuwen was de Heilige Stephanus - Sint-Steven - een populaire heilige. Er werden veel kerken aan hem gewijd, waaronder de belangrijkste kerk van Nijmegen, de geboortestad van de gebroeders Van Limburg. De bouw van de Grote of St.-Stevenskerk begon rond 1250 op de zogenaamde Hundisburg, de laatste uitloper van de stuwwal waarop Nijmegen is gebouwd. In 1272 werd de Sint-Steven plechtig ingewijd door Albertus Magnus, wijbisschop van Keulen en de belangrijkste intellectueel van zijn tijd (door zijn geschriften werd het werk van Aristoteles weer beschikbaar en toegankelijk voor verdere studie). Het nieuwe kerkgebouw, dat toen nog lang niet zijn huidige omvang had, werd gesteld onder de bescherming van de H. Maagd en Sint-Stephanus, aan wie ook het hoofdaltaar werd gewijd.

Ruim honderd jaar later zagen Paul, Jan en Herman van Limburg het levenslicht aan de Burchtstraat, op nog geen minuut lopen van de St.-Stevenskerk. Gedrieën waren zij vanaf 1408 eigenaar van een huis nog dichter bij de St.-Steven, aan het St.-Stevenskerkhof. Zelf hebben zij daar nooit gewoond. Het pand was een erfenis van een oudoom uit hun jeugd, een zekere Johan Maelwael, als priester verbonden aan de St.-Stevenskerk. In 1415 schonken de broers het, met al hun andere Nijmeegse bezittingen, aan hun moeder, die nog in Nijmegen woonde.

Genoemde oudoom Johan Maelwael was geen timide man. Hij raakte in conflict met een machtig klooster in de omgeving, waarbij het zelfs tot gewapende schermutselingen kwam. De abt van het klooster wist te bereiken dat Johan door paus Bonifacius IX werd geëxcommuniceerd.

Voor de meeste middeleeuwers was excommunicatie (uitsluiting van de Heilige Sacramenten die noodzakelijk zijn om het eeuwige zielenheil te verwerven) een lot erger dan de dood. Maar Johan Maelwael trok er zich niets van aan. Het was het tijdperk van het Grote Schisma binnen het westerse christendom. Er waren twee concurrerende pausen (even later zelfs drie). Dat maakte het psychologisch mogelijk een pauselijke banvloek te negeren. Maelwael bleef in functie tot zijn dood in 1408.

Deze geschiedenis speelde zich af tussen 1395 en 1400. De gebroeders Van Limburg moeten het hele drama bewust hebben meegemaakt.

x

fol 150v 151 retuschiert 200x280fol 155v 156 retuschiert 200x280 fol 160v 161 retuschiert 200x280 fol 16 retuschiert 200x280 fol 87v 88 1 retuschiert 200x280

© 2016 Stichting Gebroeders van Limburg

024 3602414

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Postbus 1180, 6501 BD Nijmegen