Karel de Grote

Karel de Grote was keizer van de westerse christelijke wereld. Hij had velen militaire successen en hervormde de kerk, de wetgeving, de wetenschap, de landbouw en de handel. Met Karel de Grote begon de opkomst van christelijk Europa in de wereldgeschiedenis. Zijn kroning door de paus tot opvolger van de Romeinse keizers in het westen – in de kerstnacht van het jaar 800 – is in symbolische zin de belangrijkste gebeurtenis van de Middeleeuwen. Hij is een van de grootste historische figuren van de middeleeuwen én van Nijmegen.

Karel de Grote had geen vaste woonplaats. Hij was vaak in Aken, maar uit strategische en logistieke overwegingen verplaatste hij zijn uitgebreide hofhouding voortdurend. Een geliefde plaats was Nijmegen, waar hij een palts (paleis) liet bouwen, het Valkhof.

Latere uitbreidingen aan deze residentie hebben bijgedragen aan de legende van Karel de Grote. Keizer Otto III maakte rond het jaar 1000 een graftombe voor Karel. In 1165 werd hij heilig verklaard door tegenpaus Pascalis III op uitdrukkelijk verzoek van keizer Frederik Barbarossa, die het Valkhof opbouwde tot de grootste burcht die Nederland ooit heeft gezien. De in Nijmegen geboren keizer Hendrik VI kreeg pauselijke toestemming voor het opzetten van een ware cultus. De officiële gebedsdienst werd geschreven door de Heilige Petrus Canisius, ook al een Nijmegenaar.

De Gebroeders, geboren en getogen in Nijmegen, kenden het figuur Karel de Grote dus maar al te goed. Hun opdrachtgever, de Hertog van Berry, claimde zelfs een rechtstreekse afstammeling van Karel de Grote te zijn. De Hertog moest niets hebben van het Duitse karakter van Karels cultus in Aken. De gebroeders hebben op deze miniatuur dan ook zowel een Duitse adelaar als een Franse lelie weergegeven op het wapenschild. Het heraldische rechterveld (voor de kijker links) op een wapen was het belangrijkste, oftewel het Franse wapen.