Processie der flagellanten

De oude beweging van de flagellanten of geselbroeders kwam in de late middeleeuwen opnieuw tot bloei. Men vreesde voor de regelmatige nieuwe uitbraken van de pest en voelden zich in de steek gelaten door de corrupte geestelijkheid. De flagellanten, lieden van allerlei standen, trokken door het land en hielden twee keer per dag een processie. Hierbij smeekten ze om Gods barmhartigheid en kastijdden zichzelf of lieten ze zich tot bloedens toe geselen. Ondertussen zongen ze hoogtonige geselliederen. De processies waren propaganda-instrumenten. Ze toonden dat de schuld voor Goddelijke straffen bij henzelf lag, maar ook bij anderen. Om vergiffenis te krijgen deden ze aan zelfkastijding. Hiermee deden ze ook boete voor de zondelast van anderen, zoals de corrupte geestelijkheid.