Leven

Gebroeders antwoorden de realiteit

 

Hoe de Gebroeders van Limburg zijn opgegroeid, Herman, Paul en Johan, dat kun je afleiden aan de Bible Moralisée. In dit eerste bekende werk zie je dat de makers, de oudste twee broers, het ambacht van de verluchting al onder de knie hebben.

En meer dan dat: beiden experimenteren dan al met vernieuwingen binnen deze eerbiedwaardige traditie. Onmiskenbaar verschijnen onder hun handen perspectief en menselijkheid op het perkament.
Dat kan niet alleen toegeschreven worden aan talent. De jongens zijn 17 en 14 jaar als ze dit niveau bereiken. Zij moeten vanaf hun vroegste jaren, 4 of 5 jaar oud, het penseel in hun hand hebben gehad in het familieatelier Maelwael waar ze opgroeiden.

Het familieatelier
Dit familieatelier aan de Burchtstraat is een en al artistieke bedrijvigheid. Van ambachten als heraldische beschilderingen, verluchting, goudsmederij en textielbewerking. En dat al drie generaties lang, want zo lang wonen de Maelwaels al in Nijmegen.

Bovendien vloeit in het atelier een kunsttraditie uit twee bloedlijnen samen. De vader van de Gebroeders van Limburg heeft zich erbij gevoegd, Arnold van Limburg; hij komt uit een familie van beeldsnijders.

Van hun vader krijgen de drie broers les in de ambachten, gevoel voor de drie dimensies ook. Net als van opa Willem en zijn broer Herman, beiden hofleveranciers van banieren en trompet-doeken voor de hertog van Gelre. En niet in de laatste plaats van hun oom, Johan Maelwael. Met hem wordt zeshonderd jaar geleden de schilderkunst geboren in Nederland.

Dat zegt iets over de artistieke familie-moraal en daarmee de lessen die de drie broertjes krijgen. Daar in het atelier moeten aanmoedigingen hebben geklonken als: trek je niet teveel aan van de regels, ontdek nieuw terrein. Want dat doen de twee oudere generaties zelf ook. Het is een familie van kunstzinnige durfals.

Nijmegen
Het lot heeft meer artistiek geluk in petto voor de Gebroeders van Limburg, meteen al vanaf hun geboorte. Hun wieg staat vlakbij een van de grootste burchten in noordwestelijk Europa, waar een man woont die graag en veel geld uitgeeft aan wat mooi is; hertog Willem I, heerser over het Hertogdom Gelre.

Deels dankzij deze karakteristieke Willem I kent het Hertogdom Gelre een artistieke bloeitijd. Alles wat daarvan is overgebleven aan kunst, uit die tijd, heeft een buitengewoon hoog niveau, met het werk van de drie broers als de echte top.

Binnen dit hertogdom is Nijmegen het broeierige middelpunt van kunst. Kunstenaars hebben zich rond de burcht verzameld, wachtend op de volgende opdracht, terwijl ze technieken van elkaar afkijken en ’s avonds een kroes bier met elkaar drinken.

In de leer
Als de broers werken aan de Bible Moralisée, wonen ze al jaren niet meer in Nijmegen. Zo jong als ze zijn hebben zij tegen die tijd al meer meegemaakt dan de meeste mensen in een heel leven.

Na de dood van hun vader reizen Herman en Johan af naar Parijs, wat in die tijd gelijk staat met het andere eind van de wereld. Waarschijnlijk heeft hun oom, Johan Maelwael, hierin bemiddeld. Hij werkt dan sinds enkele jaren op het allerhoogste niveau, in de Franse hoofdstad voor opdrachtgevers zoals de Franse koningin Isabella.

Hij zorgt dan dat de jongens in Parijs in de leer gaan bij een bekende goudsmid. Waar hun broer Paul is op dat moment, dat is onbekend; hij krijgt misschien elders een schildersopleiding. Maar Herman en Johan moeten onverhoopt terugkeren naar Nijmegen, omdat voor het eerst de Zwarte Dood nadert in hun leven. De besmettelijke ziekte maakt veel slachtoffers in Parijs. Uit voorzorg worden de twee gebroeders van Limburg huiswaarts gestuurd.

Kidnap
Dat gaat niet goed. In Brussel aangekomen, worden de twee jonge Van Limburgs gekidnapt tegen de achtergrond van een conflict tussen de hertogdommen Brabant en Gelre. Hun financiële waarde stijgt als duidelijk wordt dat de oom van de broers een beroemdheid is. Johan Maelwael weet goudsmeden en schilders uit Brussel zover te krijgen om het forse losgeld te betalen voor de jongens.

Dat wordt vervolgens weer afbetaald door de machtigste man van Frankrijk, Philips de Stoute, de hertog van Bourgondië. Die de belangrijkste opdrachtgever is geworden voor Johan Maelwael. Voor de artistieke fijnproever die Philip is, zal zeker ook hebben meegespeeld dat het niet gaat om alledaagse jongens, maar kunstenaars in de dop.

Talent gespot
In opdracht van Philips beginnen niet veel later de broers aan hun eerste grote werk, een geïllustreerde bijbel. De Bible Moralisée. Paul heeft zich dan bij hen gevoegd. Vier jaar lang mogen zij aan niets anders werken dan aan deze bijbel, waarvoor ze dan al ver boven een beginnersloon worden vergoed. Een bewijs dat hun talent al is gespot, nog voor ze goed en wel zijn begonnen.

Dat loon stijgt snel. In 1405, als Philips de Stoute is gestorven, werken de drie broers voor een bibliofiele veelvraat. De Parijse hertog Jean de Berry bezit een adellijke boekencollectie die in omvang alleen wordt overtroffen door die van de Franse koning.

Meteen betaalt Jean de Berry de jongens maar liefst 21 goudstukken. Waarschijnlijk voor het maken van wat hun eerste meesterwerk gaat worden. Belles Heures du duc de Berry. Let wel, de jongste van de drie – Johan – is dan nog geen twintig jaar.

Les Belles Heures moet een getijdenboek worden dat alle andere boeken in bezit van De Berry overtreft in schoonheid en kostbaarheid.

Klein paleis
Dat moet in de ogen van Jean de Berry zijn gelukt. Je kunt de verrukking van de hertog over deze kunst aflezen aan de cadeaus die hij uitdeelt. De meest getalenteerde Paul van Limburg krijgt een klein paleis, op een van de mooiste locaties in Bourges. Andere cadeaus voor de broers zijn diamanten en een gouden ring met een smaragd in de vorm van een beer.

In 1408 laat de hertog een meisje ontvoeren uit een gegoede familie, zodat Paul met haar kan trouwen. De getroffen familie komt in opstand en weet het onheil af te wenden; het meisje is acht jaar. Vier jaar later komt het er toch van, ditmaal met ouderlijke toestemming.

Een nieuw boek
Als Les Belles Heures eenmaal klaar is, bestelt de hertog meteen een nieuw boek, dat later bekend zal worden onder de naam Très Riches Heures de Jean, Duc de Berry. Het is bedoeld als het summum van alles wat er tot dan toe ooit in boekvorm is verschenen.

De broers beginnen er aan in 1411. Op niets wordt op bespaard. Een peperduur pigment, normaalgesproken alleen bestemd voor het gewaad van Maria; gebruiken de gebroeders om complete luchten in te kleuren. Zelfs goud en verpulverde edelstenen worden door de verf gemengd.

De herfst
Wat niemand kan weten is dat de herfst van de drie jonge levens dan al is aangebroken. Onbedoeld zal dit nieuwe boek het ultieme bewijs worden van wat hun artistieke leven had kunnen zijn.

Très Riches Heures is in elk geval het summum van de Gebroeders van Limburg geworden. De gebroeders bereiken nieuwe hoogten; zoals in de twaalf kalenderbladen die later uitgroeien tot wereldberoemde, middeleeuwse iconen. Ook zien we de eerste, volwaardige nachtscène uit de Westerse kunst.

De marges staan vol met gevarieerde motieven en paginavullende schilderingen doen hun intrede. Met een ronduit vernieuwende onderwerpkeuze en een geraffineerd samenspel in de kleuren.

Het is een enorme artistieke sprong vooruit, naar een gebied waar geen andere boekverluchter eerder is geweest. Sommige hedendaagse kunst-vorsers vermoeden dat Paul van Limburg naar Italië is geweest en de inspiratie thuis heeft omgevormd tot deze vernieuwende kunst.

Een antwoord
Het boek komt niet af. Twee-derde deel van de schilderingen wordt nooit gerealiseerd. Een aantal folio’s is deels af, soms niet meer dan een eerste schets.
De broers overlijden alledrie in 1416; eerst de jongste, Johan, en een paar maanden later Paul en Herman. Waarschijnlijk aan de Pest.

Hun mecenas, de hertog Jean de Berry, is dan ook al gestorven, in hetzelfde jaar. Hun andere beschermer, oom Johan Maelwael, is een jaar eerder overleden.

Het staat niet op zichzelf; het sluitstuk van het leven van de gebroeders wordt getekend door tegenslagen en dreiging van nog grotere tegenslagen. Ze werken en wonen in Bourges, een van de meest vooraanstaande steden van Frankrijk.

Buiten de stadsmuren heerst steeds meer de chaos van rondzwervende bendes en oorlog. De Bourgondiërs belegeren de stad zelfs maandenlang. En de Zwarte Dood dringt de muren binnen.

Dat maakt Les Très Riches Heures des te grootser; de gebroeders van Limburg werken door. Tegen alle verdrukking in laten zij een nieuwe wereld verrijzen. Als een antwoord op de harde realiteit van de middeleeuwen die hen steeds verder insluit; een antwoord waarover kunstliefhebbers zich al eeuwen verbazen.

 

 

De Gebroeders van Limburg

Duc de Berry